Waar zijn de bestuurders met lef gebleven?

  • blog
  • 9 september 2026

Er was een tijd waarin bestuurders werden beoordeeld op hun visie, daadkracht en vermogen om knopen door te hakken. Tegenwoordig lijkt een andere kwaliteit steeds belangrijker te worden: niemand voor het hoofd stoten. We overleggen, participeren, consulteren en evalueren. Vervolgens richten we een nieuwe werkgroep op om de uitkomsten nog eens zorgvuldig te bespreken. Ondertussen verandert de wereld sneller dan ooit. De vraag is daarom niet of we voldoende kennis hebben om besluiten te nemen. Die kennis is er. De echte vraag is of we nog de moed hebben om daadwerkelijk te kiezen.

In veel organisaties is de angst om fouten te maken groter geworden dan de ambitie om iets te verbeteren. Bestuurders worden afgerekend op incidenten, uitvergrote kritiek op sociale media of een negatieve krantenkop. Het gevolg is een cultuur waarin risicomijding de norm wordt. En wie geen risico durft te nemen, neemt vaak ook geen betekenisvolle beslissingen. Toch is de grootste fout soms juist het uitblijven van een besluit.

De grote uitdagingen van deze tijd wachten immers niet. Arbeidsmarktkrapte, digitalisering, kunstmatige intelligentie, klimaatvraagstukken, woningbouw, zorg en onderwijs verdwijnen niet door er nóg een vergadering over te plannen. Ze vragen om leiders die richting geven, ook wanneer niet iedereen het direct met die koers eens is.

Juist in sectoren als onderwijs, zorg en overheid zien we hoe besluitvorming steeds complexer wordt gemaakt. Draagvlak moet worden gecreëerd, consensus bereikt en ieder risico afgedekt. Dat zijn op zichzelf waardevolle uitgangspunten. Maar wanneer consensus belangrijker wordt dan voortgang, verliezen bestuurders precies datgene waarvoor zij zijn aangesteld: richting geven.

Een bestuurder hoeft niet iedereen tevreden te houden. Zijn of haar opdracht is om belangen af te wegen, koers te bepalen en verantwoordelijkheid te nemen voor de toekomst. Dat brengt soms weerstand met zich mee. Dat is geen teken van slecht leiderschap, maar een inherent onderdeel ervan.

Wie voortdurend probeert iedereen tevreden te stellen, loopt het risico uiteindelijk geen echte keuzes meer te maken. En ook stilstand heeft een prijs. Projecten lopen vertraging op, innovaties blijven steken in de pilotfase, professionals raken gefrustreerd door een gebrek aan duidelijkheid en talent vertrekt omdat organisaties geen richting durven kiezen. Intussen worden maatschappelijke vraagstukken alleen maar ingewikkelder.

Misschien begint het probleem zelfs al bij het begrip bestuurder. Soms lijken we te vergeten dat organisaties uiteindelijk ook gemanaged moeten worden. In veel andere landen bestaat het woord bestuurder niet eens. Daar spreekt men over een director of een board of directors: feitelijk een vorm van eindverantwoordelijk management. In Nederland worden bestuurders vaak geselecteerd op hun netwerk, communicatieve vaardigheden en bestuurlijke sensitiviteit. Veel minder aandacht gaat uit naar hun vermogen om daadwerkelijk leiding te geven, resultaten te realiseren en organisatieontwikkeling vorm te geven.

Leiderschap vraagt iets anders. Het vraagt de moed om te zeggen:

“Ik heb geluisterd naar alle argumenten. Ik begrijp de verschillende belangen. Maar nu is het tijd om een besluit te nemen.”

Dat is niet autoritair. Integendeel. Goed leiderschap begint met luisteren, maar eindigt met verantwoordelijkheid nemen. Wie blijft luisteren zonder ooit te beslissen, laat medewerkers, professionals en stakeholders uiteindelijk in onzekerheid achter. Daarbij is vertrouwen essentieel. Professionals floreren wanneer zij ruimte krijgen om hun vak uit te oefenen. Zij hebben behoefte aan duidelijkheid over de koers, niet aan voortdurende twijfel aan de top.

Lef betekent ook accepteren dat niet iedere beslissing perfect zal zijn. In een complexe samenleving bestaat geen risicoloze keuze. Wachten op volledige zekerheid leidt vaak tot gemiste kansen en stilstand. Goede bestuurders begrijpen dat besluiten kunnen worden bijgesteld wanneer nieuwe inzichten ontstaan. Dat is geen teken van zwakte, maar van volwassen en adaptief leiderschap. Misschien is het daarom tijd om het begrip lef opnieuw te waarderen. Niet als stoer gedrag of eigenzinnigheid, maar als de bereidheid verantwoordelijkheid te nemen. Om keuzes te maken in het belang van de lange termijn. Om moeilijke gesprekken niet uit de weg te gaan. Om ook onder druk koersvast te blijven.

Onze samenleving heeft behoefte aan leiders die verbinden én besluiten. Die luisteren én richting geven. Die zorgvuldig zijn zonder verlamd te raken door risico’s. Want vooruitgang ontstaat zelden door eindeloos overleg.  Vooruitgang ontstaat wanneer iemand de verantwoordelijkheid neemt om een keuze te maken.

Lef is verantwoordelijkheid nemen wanneer anderen blijven twijfelen.

Lef is accepteren dat kritiek onvermijdelijk is wanneer je ergens voor staat.

Lef is kiezen voor de lange termijn, ook als dat op korte termijn weerstand oplevert.

Misschien moeten we daarom stoppen met het zoeken naar bestuurders die vooral veilig besturen. Misschien moeten we weer op zoek naar bestuurders die durven leiden.

Want onze samenleving heeft geen tekort aan kennis. Zij heeft een tekort aan moed. En zonder moed blijft zelfs de beste visie niet meer dan een document dat stof verzamelt in een la.

Op 13 november  a.s.  organiseert K+V een event voor directeuren en bestuurders, “Wie helpt de eindverantwoordelijke?” Een vrijdagochtend voor managers, directeuren, bestuurders en interim-professionals in het publieke domein die de stap naar directie of bestuur hebben gemaakt, of op het punt staan die te zetten. Geen leiderschapstheorie, maar eerlijke gesprekken en herkenbare dilemma’s, met inzichten van leiders die dit speelveld kennen. Ben je geïnspireerd door bovenstaande tekst? Ik geef een van de workshops op deze dag en samen zullen we hierover in gesprek gaan. Er is slechts een beperkt aantal plaatsen beschikbaar. Ik hoop je dan te zien en te spreken.

Meld je aan via deze link: Wie helpt de eindverantwoordelijke? | K+V

Désirée Simons
Simons@kv.nl